Vraagtekens bij beleid spreiding coffeeshops

De Limburger
10 maart 2010

Vraagtekens bij beleid spreiding coffeeshops

De Rekenkamer Maastricht plaatst grote vraagtekens bij de doeltreffendheid van het spreidingsbeleid voor coffeeshops. Dat beleid - verplaatsing van coffeeshops uit het centrum naar de stadsrand - werd door Gerd Leers geïnitieerd en raadsbreed gesteund.

Door onze verslaggever

Maastricht was consistent en toonde veel daadkracht, maar opereerde weinig effectief, concluderen de onderzoekers.

Enkele conclusies:

- Maastricht heeft zich onvoldoende verdiept in de (tegengestelde) belangen van buurgemeenten, Eijsden voorop, concludeert de Rekenkamer.

- De gemeente is er niet in geslaagd om met Eijsden overeenstemming te bereiken over de uttgangspunten en doelstellingen van het spreidingsbeleid.

- In de communicatie met Eijsden ontbrak een strategie.

- Maastricht is er onvoldoende in geslaagd om de onderbouwing van het spreidingsinstrument te baseren op feiten en cijfers.

- Maastricht is zeer terughoudend geweest om aan Eijsden alternatieve opties voor het spreidingsbeleid te presenteren, wat de onderhandelingspositie niet heeft versterkt.

----

Onderzoek spreidingsbeleid coffeeshops
Hoe de gemeente Maastricht omgaat met tegengestelde belangen
Rekenkamer Maastricht
http://www.rekenkamermaastricht.nl/documents/Rapportonderzoekspreidingsbeleidmaart2010-def1_001.pdf

Samenvatting

De Rekenkamer Maastricht heeft onderzoek gedaan naar de inzet van het beleidsinstrument spreiding van coffeeshops door de gemeente Maastricht. De manier waarop de gemeente Maastricht een complex maatschappelijk probleem aanpakt, waarbij sprake is van tegengestelde belangen bij betrokken overheden, stond centraal.

Doel van het instrument spreiding is de overlast te verminderen die te maken heeft met de aanwezigheid van coffeeshops. De toepassing van het spreidingsinstrument raakt de belangen en beleidsopvattingen van andere gemeenten, ook als het een spreiding betreft binnen de eigen gemeentegrenzen. In het onderzoek is het accent gelegd op de wijze waarop de gemeente Maastricht bij de ontwikkeling en toepassing van het instrument is omgegaan met de belangen van andere gemeenten. Om de casus zo concreet mogelijk te maken gaat het onderzoek vooral in op de interactie met de gemeente Eijsden.

De aankondiging van het instrument spreiding heeft scherp aan het licht gebracht dat de buurgemeenten tegengestelde belangen zien, terwijl Maastricht het instrument juist legitimeert door te wijzen op de gemeenschappelijke belangen. De Rekenkamer constateert dat deze tegenstelling zich gaandeweg heeft verdiept. Maastricht is er niet in geslaagd de buurgemeenten er door argumenten en praktijkervaringen van te overtuigen, dat de spreiding van coffeeshops ook een bijdrage levert aan de oplossing van drugsgerelateerde problemen in de buurgemeenten. De gemeente Maastricht verwacht dat de spreiding van coffeeshops de totale overlast in de Euregio per saldo zal verminderen. De buurgemeenten (inclusief Eijsden) echter zijn van mening dat de bestaande overlast minimaal gelijk blijft, maar anders wordt verdeeld.

De Rekenkamer komt op basis van de analyse van de documenten en de gevoerde gesprekken met vertegenwoordigers van de gemeenten Maastricht en Eijsden tot de volgende conclusies. Het geformuleerde normenkader heeft hierbij als leidraad gediend.

- Maastricht heeft als eenheid geopereerd en een consistent beleid gevoerd.

De gemeenteraad van Maastricht is vanaf het begin intensief betrokken geweest bij de probleemdefinitie en de beleidsontwikkeling van het coffeeshopbeleid. Het beleid van het college is steeds raadsbreed gesteund. Maastricht heeft een consistent coffeeshopbeleid gevoerd, waarin creatief gezocht is naar nieuwe nog niet beproefde instrumenten. Regionale, nationale en internationale weerstanden zijn op de koop toe genomen. Er is een beeld ontstaan van Maastricht als gidsstad in de aanpak van de drugsproblematiek.

- Maastricht heeft veel daadkracht getoond.

De Rekenkamer stelt vast dat Maastricht veel daadkracht en volharding aan de dag heeft gelegd bij de aanpak van de drugoverlast. Maastricht heeft zich opgesteld als pionier en heeft zich niet laten afschrikken door wettelijke beperkingen en weerstanden van andere overheden. Er is gezocht naar creatieve, onorthodoxe en innovatieve instrumenten om dit complexe probleem op te lossen.

- De gemeente Maastricht heeft zich onvoldoende verdiept in de (tegengestelde) belangen.

De gemeente Maastricht heeft bij de ontwikkeling van het spreidingsbeleid geen analyse gemaakt van de verschillende startposities en gewenste eindposities van de betrokken buurgemeenten en de gemeente Eijsden in het bijzonder. Uit het onderzoek blijkt dat Maastricht in de veronderstelling was en is dat Eijsden en de andere buurgemeenten dezelfde belangen hadden als Maastricht en dat het –voor Maastricht rationele- beleid alleen maar goed uitgelegd hoefde te worden. De gezamenlijke belangen die onder de aanvankelijke afspraken lagen, zijn kennelijk in de loop der jaren geëvolueerd in tegengestelde belangen.

- De gemeente Maastricht is er niet in geslaagd om met de gemeente Eijsden consensus te bereiken over de uitgangspunten en de doelstellingen van het instrument spreiding van coffeeshops.

Het spreidingsbeleid is vanuit Maastrichts perspectief ontwikkeld. Vervolgens is het beleid gecommuniceerd met de buurgemeenten. Daarbij is niet duidelijk gemaakt welke voordelen andere gemeenten van het Maastrichtse beleid zouden kunnen hebben. De Rekenkamer stelt vast dat de uitgangsposities van Maastricht en Eijsden niet gelijk zijn. Maastricht lijkt moeite te hebben te onderkennen dat Eijsden verwacht meer na- dan voordelen van de spreiding van coffeeshops te zullen ondervinden. Net als de andere buurgemeenten benadrukt Eijsden steeds weer de Euregionale dimensie van de drugsproblematiek. Eijsden en de buurgemeenten erkennen dat de oplossing van de actuele problemen in Maastricht niet dichterbij komt door het telkens benadrukken van de Euregionale dimensie. Deze vertragingstactiek in combinatie met het onwrikbaar vasthouden aan de 0-optie heeft Maastricht niet kunnen doorbreken.

- Aan de communicatie met de gemeente Eijsden ontbrak een strategie

De gemeente Maastricht heeft met Eijsden over de spreiding van coffeeshops, gelet op het aantal en het soort contacten, “uitbundig”, maar in de ogen van de Rekenkamer gefragmenteerd, gecommuniceerd. Maastricht was hierbij de zendende en Eijsden de ontvangende partij. De aandacht voor communicatie ontstaat pas medio 2006 als Maastricht merkt dat de weerstand van Eijsden en de andere buurgemeenten tegen het spreidingsbeleid groeit. De Rekenkamer stelt vast dat aan de communicatie in het kader van het spreidingsbeleid geen duidelijke strategie ten grondslag heeft gelegen. Het veelvuldig agenderen van onderwerpen in de pers (lokale en landelijke kranten en televisieoptredens) heeft ertoe bijgedragen dat Eijsden, maar ook de andere buurgemeenten, zich niet als volwaardige partner behandeld voelden.

- Maastricht is er onvoldoende in geslaagd om de onderbouwing van het spreidingsinstrument te baseren op ‘facts & figures’.

Maastricht heeft de “bewijslast” voor de effecten van spreiding van coffeeshops op de overlast niet rond gekregen. Voor beide gemeenten geldt dat de doelstelling van spreiding in essentie niet helder is. De vraag voor welke problemen spreiding een oplossing biedt, is niet eenduidig beantwoord. Er is niet overtuigend aangetoond dat spreiding van coffeeshops naar verwachting tot een daling van de totale overlast leidt. De doelstellingen van de inzet van het spreidingsinstrument zijn ook niet (desnoods globaal) gekwantificeerd. Het ambitieniveau blijft daardoor onduidelijk (overlast consolideren, halveren of overlast elimineren?).

- Maastricht is zeer terughoudend geweest om aan Eijsden alternatieve opties voor het spreidingsbeleid te presenteren.

De gemeente Maastricht is steeds zeer terughoudend geweest om aan Eijsden alternatieve opties zoals repressief optreden (“knuppelen”) en sluiting van (een groot aantal) coffeeshops voor te stellen als aanvullend beleid of als alternatieve mogelijkheden voor het spreidingsbeleid. Dit heeft de onderhandelingspositie van Maastricht niet versterkt. In het onderzoek is niet duidelijk geworden waarom Maastricht zo nadrukkelijk vasthoudt aan de bij de start gemaakte analyse dat spreiding van coffeeshops veel meer effect heeft op het terugdringen van de overlast dan sluiting van (een aantal) coffeeshops.

_______________________________________________
Drugsbeleid mailing list
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
https://lists.tni.org/mailman/listinfo/drugsbeleid